PROTESTANTSE KERK NEDERLAND gemeente Rumpt

Geschiedenis

 

De oudst bekende en geregistreerde datum van het bestaan van Rumpt is een vermelding van ongeveer 960 na Christus. Net zoals de heerlijkheid Rumpt, behoorde de kerk ook tot de bezittingen van de St Maartenskerk (Domkerk) te Utrecht. De oorspronkelijke parochiekerk was gewijd aan de tot de geloofsverbeelding sprekende Ierse monnik Gallus. Dit is dan ook de reden dat er het vermoeden bestaat, dat er reeds veel vroeger een kerk of kapel was op de huidige plaats van de Nederlands Hervormde kerk. 

Na de hervorming tot 1650 en nog eens van 1675 tot 1691 was Rumpt kerkelijk gecombineerd met Gellicum. In 1650 kwam de eerste predikant, dominee Everhardus Rotarius.

 

Geschiedenis  van het kerkgebouw:

Het gebouw is een driebeukige pseudo-basiliek op pijlers met een driezijdig gesloten koor, een aan de zuidbeuk uitgebouwde, met vijf zijden van een achthoek, gesloten kapel en een ingebouwde vierkante toren, met een achtkanten traptoren tegen de noordwestelijke hoek. De drie beuken worden door een doorgaand dak gedekt. De muren, geschoord door eenvoudige schuin afgedekte steunberen, zijn doorbroken met spitsbogige vensters waarin traceringen. Op de koorsluiting staat een smeedijzeren leliekruis. De lelie komt eveneens voor in het wapen van Rumpt.

 

De toren:

De toren, waar eens een Romaans schip bij aansloot, is rond 1300 gebouwd. Deze heeft een romano-gotische stijl. De toren, opgetrokken van baksteen, bestaat uit vier geledingen, zonder versnijding, waarvan de drie onderste zijn gescheiden door eenvoudige bakstenen waterlijsten. In de tweede bevinden zich twee grote, ondiepe rondboognissen en in de derde geleding drie spotsbogige nissen. Daarboven het terugliggend veld van de vierde geleding met aan elke zijde een galmgat, omsloten door hoeklisenen, verbonden door een getand fries, waarboven een uitkraging de ingesnoerd achtkante houten spits draagt. Deze wordt bekroond door een rijk gesmeed ijzeren kruis.

 

In de eerste helft van de 15e eeuw is de toren gemoderniseerd. Er kwam een traptorentje bij en er verscheen een kolossale, bijna gotische ingangsnis, naar Nederrijns model, dwars door de romaanse nissen heen. Deze ingangsnis werd later, samen met de ramen, weer dichtgemetseld.

 

Het koor, schip en kapel:

De oude kerk werd in het begin van de 14e eeuw vervangen door een nieuw koor. In het begin van de 15e eeuw werd een nieuw schip en een nieuwe kapel gebouwd. Er ligt ongeveer een eeuw tijdsruimte tussen de bouw van het koor en die van het schip. Het koor is het enige tot uitvoering gekomen deel van een oorspronkelijk veel grootscheepser plan. Dit blijkt uit de oostelijke zijbeukmuren die tegen twee beren van het koor aansluiten.

 

In het geheel witte schip wordt de vier traveeën diepe middenbeuk van de vijf traveeën tellende, langste toren doortrokken zijbeuken, gescheiden door één meter zware overhoeks gestelde vierkante pijlers, waartussen spitse scheibogen zijn geslagen. In de zijbeuken rusten de gelijkerswijs geprofileerde gewelfribben en de, in tegenstelling met de in het middenbeuk, zeer zware, als de schei/ en muraalbogen hol geprofileerde gordelbogen, op gebeeldhouwde kopjes.

 

Bij de grote restauratie van 1984 tot 1985, heeft men getracht het ambachtelijke 19e eeuwse timmerwerk in het koor te conserveren, alsook het middeleeuwse karakter van het koor weer in oude glorie te herstellen. Hierdoor heeft deze ruimte nu een zeer praktische multifunctionele betekenis gekregen. Ook onder en naast de toren hebben de daargelegen ruimten een ingrijpende restauratie ondergaan en zijn nu functioneel als consistoriekamer, hal, toilet, werkkast en eventueel opbaarruimte. De deur van het voormalig cachot is herplaatst als toegang tot de werkkast. De natuurstenen vloer is authentiek. Deze kwam onder de plankvloer van het koor tevoorschijn en is herplaatst onder de toren.

 

Interieur:

Het inwendige van de kerk is na de Hervorming gewijzigd. Men heeft tussen het schip en koor in de troimfboog een scheimuur gemetseld. De kapel is de avondmaalsruimte geworden en als zodanig functioneel gebleven tot ongeveer 1978.


De glas-in-lood ramen, die betrekking hebben op het laatste avondmaal zijn hier dan ook zeer op hun plaats. Zij dateren uit 1956. In de zijbeuk van de kapel bevindt zich nog een piscine. Tevens zijn twee van dergelijke nissen nog te vinden in het koor, welke dienden als reinigingsbekken.

 

Uit dezelfde tijd als de bouw van het schip is de prachtige 15e eeuwse luchter, een schitterend gotisch exemplaar met rank– en bladversiering. In de stam is een opengewerkte baldakijn waaronder de Madonna staat. Het Christuskind op haar linkerarm is verdwenen, maar in haar rechterhand houdt zij een appel, een attribuut dat ze deelt met Eva. Vrouwen voor wie de zonde en de verlossing in de wereld kwam, verleidster en Moeder Gods. De middeleeuwer had voor haar de noordzijde van de kerk gereserveerd. De spits van deze koperen lichtkroon wordt bekroond met drie gekroonde schildjes, met daarop het alliantiewapen van Els en Pieck.

 

 

 

 

Bron: Wim en Petra den Drijver, Kerkenpad 1986.

Van u uit heeft het goede nieuws verder zijn weg gevonden, tot ver buiten de grenzen. Waar wij ook gaan, horen wij over uw geloof in God.